Rij van metalen klokken in een klokkenspel, bevestigd aan een rood metalen frame met bedieningskabels.

De beiaard van Dendermonde

Eeuwenlang klinkend erfgoed

Hoog boven de Grote Markt klinkt al meer dan zes eeuwen de stem van Dendermonde. In het Belfort van het historische Stadhuis hangen de klokken die de stad doorheen haar geschiedenis hebben begeleid: ze gaven het uur aan, riepen de bevolking samen en groeiden uit tot een volwaardig muziekinstrument.

Het automatische speelwerk zorgt ervoor dat de beiaard op het uur de vertrouwde klanken van het Ros Beiaardlied over Dendermonde laat klinken. Ook op de kwartieren en het halfuur klinkt een kort melodietje. Deze melodieën worden maandelijks aangepast aan een thema en zorgen het hele jaar door voor muzikale afwisseling. Tijdens bijzondere periodes, zoals Kerstmis en Sinterklaas, klinken passende feestelijke liederen.

Daarnaast is de beiaard een volwaardig muziekinstrument waarop tijdens de zomermaanden beiaardconcerten worden gegeven door de stadsbeiaardiers en gastbeiaardiers uit binnen- en buitenland.

Ook online blijft de beiaard hoorbaar en zichtbaar. Via livestreams kunnen concerten worden gevolgd en via Facebook, Instagram en YouTube worden nieuws, activiteiten en beelden uit het beiaardleven gedeeld.

De eerste klokken

Het Stadhuis werd gebouwd tussen 1336 en 1350. In 1377-1378 werd de Belforttoren toegevoegd. Al in 1378 werden de eerste klokken geplaatst.

Het waren er toen slechts 2. Eén klok diende voor de uurslag. De andere was een zogenaamde draperieschelle: een klok die de arbeiders in en rond de Lakenhalle bijeenriep. Het Stadhuis was immers oorspronkelijk als Lakenhalle gebouwd. De 2 klokken werden gegoten door Jan de Leenknecht uit Harelbeke. Daarmee begon een klokgeschiedenis die tot vandaag voortduurt.

De klok had in de middeleeuwse stad een bijzonder belangrijke functie. Een klok maakte het uur hoorbaar voor iedereen en bepaalde mee het ritme van het dagelijkse leven. Bij de eerste klokken hoorde ook een torenuurwerk, vervaardigd door Jan Van Dilft. Dat uurwerk werd reeds in 1403 vervangen door een nieuw exemplaar van Frederik van Beerne. In 1474 werden de uurplaten vernieuwd door Hendrik de Boeck uit Mechelen.

Historisch gebouw met toren en vlaggen in de lucht, blauwe lucht op achtergrond.

Van uurklokken naar een spel van klokken

In de 16e eeuw groeide het aantal klokken en kreeg het Belfort steeds meer muzikale mogelijkheden. In 1524 werden plannen gemaakt voor een nieuw uurwerk met een wekkerspel. Daarvoor werden zes klokken gegoten door de firma Waghevens uit Mechelen. De klokken kwamen in 1526 in de toren; het nieuwe uurwerk werd in 1529 geplaatst. Vanaf toen was er niet alleen de klank van de uurslag. Bij elke uurslag verscheen ook een houten figuur die met zijn arm het aantal verstreken uren aangaf.

Een belangrijke stap volgde in 1548. Christophe Ruckers, organist en horlogemeester van Dendermonde, liet bij Pieter Inghels uit Geraardsbergen een nieuw torenuurwerk vervaardigen waaraan een spel van vijftien klokken werd verbonden. Deze klokken werden vermoedelijk gegoten door Jacop Waghevens uit Mechelen. De nieuwe uurklok was een bijzonder indrukwekkende klok. Ze woog ongeveer 1.560 kilogram en droeg het opschrift: “Salvator ben ik gegoten van Jacop Wagevens Int jaer ons Heeren 1548.”

De Van den Gheynbeiaard

In de 18e eeuw brak een nieuwe belangrijke periode aan. Tussen 1732 en 1740 kreeg Dendermonde een beiaard van maar liefst 40 klokken. De klokken werden gegoten door Peter VI Van den Gheyn, lid van de beroemde Mechelse klokkengietersfamilie.

De Van den Gheynbeiaard was niet zomaar een verzameling klokken. Hij vormde een zorgvuldig opgebouwd muziekinstrument waarin de verschillende klokken samen een muzikaal geheel vormden.

Ook na de oorspronkelijke bouw bleef aan het instrument gewerkt worden. Tot 1790 werden herstellingen en hergietingen uitgevoerd door Andreas Jozef Van den Gheyn, een neef van Peter VI. In 1825 werden nog drie kleine klokken hergoten door Andreas Lodewijk Van den Gheyn, zoon van Andreas Jozef. De geschiedenis van de beiaard was daarmee letterlijk in het brons van verschillende generaties vastgelegd.

De Van den Gheynbeiaard beschikte over een uitgebreid automatisch speelwerk. 36 van de klokken waren met de trommel verbonden. Die trommel was uitgerust met 54 hamers en beschikte over 90 maten. In totaal waren er 4.860 gaten waarin de muziekpatronen konden worden aangebracht. 

De stadsbrand van 1914

Aan deze lange geschiedenis kwam in september 1914 abrupt een einde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Dendermonde zwaar getroffen door bombardementen en branden. Het Stadhuis werd vernield en ongeveer 90 procent van de gebouwen van de stad ging in vlammen op.

Ook de beiaard werd zwaar getroffen. Bij de bombardementen van 18 september 1914 werd de volledige beiaard vrijwel vernietigd. Slechts 16 klokken bleven behouden. In 1918 werd bovendien de basklok door de Duitse bezetter opgeëist. Van de eeuwenoude klokkenreeks bleven uiteindelijk slechts 15 klokken over.

De oorlog vernietigde daarmee niet alleen een kostbaar muziekinstrument, maar ook een belangrijk deel van de materiële geschiedenis van de Dendermondse beiaard.

De wederopbouw van de beiaard

Na de oorlog wilde Dendermonde niet alleen zijn gebouwen opnieuw opbouwen, maar ook zijn klank terugkrijgen. De overheid beschouwde een nieuwe beiaard aanvankelijk als een luxe. Het stadsbestuur dacht daar anders over en drong aan op een nieuw instrument, onder meer omdat de beiaard nodig was “tot de zedelijke heropbeuring van onze bevolking en het regelen van het uur”.

In 1920 maakte Jef Denyn een voorstel voor een beiaard van 35 klokken. Dat aantal werd onvoldoende geacht. Uiteindelijk koos men voor een beiaard van 40 klokken: de 15 overgebleven klokken van de Van den Gheynbeiaard werden aangevuld met 25 nieuwe klokken van Michaux. 

De geschiedenis van deze beiaard kende echter een merkwaardige wending. De nieuwe klokken bleken muzikaal niet de kwaliteit te hebben die men ervan had verwacht. 

De scherpe beoordeling van Jef Denyn tijdens zijn inhuldigingsconcert werd legendarisch. Toen de burgemeester hem vroeg wat hij van de nieuwe beiaard vond, antwoordde hij: Het zijn geen klokken, doch ketels, Mijnheer de Burgemeester!” De Michauxbeiaard bleef tot 1950 in de toren.

De Michielsbeiaard

Al vanaf 1934 werd gezocht naar een oplossing voor de problemen van de Michauxbeiaard. Na de Tweede Wereldoorlog werd het dossier opnieuw opgenomen. In plaats van de bestaande klokken slechts gedeeltelijk te herstellen, werd uiteindelijk beslist een nieuwe beiaard te laten gieten. De opdracht ging naar klokkengieterij Michiels uit Doornik.

De oude klokken werden daarbij grotendeels ter beschikking gesteld om het brons opnieuw te gebruiken. Uit ongeveer 3.857 kilogram bestaand klokkenbrons en toegevoegd nieuw brons ontstond een beiaard met uiteindelijk 48 klokken en een totaalgewicht van ongeveer 5.614 kilogram.

De bouw verliep moeizaam. Verschillende klokken moesten opnieuw worden gegoten of herwerkt en de levering liep jarenlang vertraging op. Uiteindelijk werd het instrument in september 1950 in de toren geplaatst. Op 24 oktober 1950 werd de Michielsbeiaard definitief opgeleverd.

Deze beiaard vormt de historische basis van het instrument dat vandaag nog steeds in de Dendermondse belforttoren klinkt.

De Michielsbeiaard en haar restauraties

De Michielsbeiaard werd in 1975 grondig gerestaureerd door Jacques Sergeys uit Leuven. De klokken werden gereinigd en onderzocht. 8 kleine discantklokken werden vervangen en een zware basklok van ongeveer 1.250 kilogram werd toegevoegd.

Ook technisch werd het instrument vernieuwd. Later bleek echter dat de combinatie van verschillende generaties klokken en de aantasting door corrosie opnieuw gevolgen had voor de klank. Daarom werd vanaf 2001 een nieuwe restauratie voorbereid.

Bij de restauratie van 2005 stond één principe centraal: zoveel mogelijk van de historische klokken bewaren. De klokken werden gereinigd, onderzocht en waar nodig voorzichtig gestemd. 8 klokken werden opnieuw gegoten volgens het profiel van de Michielsklokken.

Bijzonder belangrijk was de terugkeer van de 8 kleine Michielsklokken die sinds 1975 in het Stadhuis waren bewaard. Uit onderzoek bleek dat deze originele klokken nog goed bruikbaar waren en beter bij de klank van de historische Michielsbeiaard pasten. Ze kregen daarom opnieuw een plaats in de beiaard.

6 eeuwen klokken in één toren

De huidige beiaard draagt sporen van een geschiedenis die teruggaat tot 1378. Sommige klokken werden in oorlogen vernietigd, andere werden hergoten, vervangen of opnieuw in het instrument opgenomen.

Daarin schuilt net de bijzondere waarde van de Dendermondse beiaard. Hij is niet het resultaat van één bouwcampagne, maar het product van eeuwenlang omgaan met klokken: klokken die hun naam, gewicht, klank en soms zelfs hun brons doorgaven aan een volgende generatie.

Van Jan de Leenknecht en Jacop Waghevens tot de Van den Gheyns, Michaux, Michiels, Sergeys en Eijsbouts: telkens opnieuw drukten klokkengieters hun stempel op de Dendermondse klankgeschiedenis.

Ook de beiaardiers vormen een ononderbroken draad doorheen die geschiedenis. Van Jan Ruylensers in de zestiende eeuw tot de beiaardiers van vandaag zorgden zij ervoor dat de klokken niet alleen konden luiden, maar ook muziek konden maken.

Beiaardiers van Dendermonde

  • 1560-?: Jan Ruylens
  • 1650: Jan Denys
  • 1671-1681: Jan Morel
  • 1681-1685: Jacop de Wespin
  • 1685-1724: Romaan Schampaert 
  • 1724-1784: Antoon Loret
  • 1784-1844: Jan-Jozef Antoon Loret
  • 1844-1895: Pieter Lodewijk Loret
  • 1895-1914: Emiel Loret
  • 1925-1930: Wilfried De Clercq
  • 1930-1975: Paul De Nil
  • 1975-1999: Pierre (Pedro) De Smedt
  • 1999-2025: Marc Van Boven
  • 2015-heden: Lorenz Meulebroek
Naar top